Plastieke bomen en gele pinguïns
Als een dionysische stier kwam hij op me af, zichtbaar ontdaan van huid en haar, zakte hij in mekaar. Al vlug bleek dat hij niet meer lang te leven had, hij had namelijk geen lunchpakket bij. Rustig als ik ben overliep ik al men opties. Na uren in diepe gedachten verzonken te zijn geweest sloeg het antwoord in als een luide knal. Een odyssee naar Koning Petroleus moest soelaas brengen, hij zou zeker een correct advies kunnen afleveren.
Vol goede moed vertrok ik op men lange tocht naar het oosten. Al snel bleek dat het niet zo eenvoudig zou worden als het op het eerste zicht wel leek. Het land van Koning Petroleus was immers niet eenvoudig te bereiken. Maar zeëen noch bergen zouden me kunnen stoppen, daar zou KLM wel voor zorgen.
Daar zat ik dan in die metalen vogel, de opvolger van het vliegende tapijt, met men knieën tegen men borst gekneld. Langs me zat een azuurblauwe paradijsvogel. Na negen uur vliegen kwamen we eindelijk aan in het land van Koning Petroleus. Het nest van de metalen vogels stond vol met wezens met ka meer a’s, toestellen die alles namaken maar dan op papier. Blijkbaar waren de inwoners van een naburig land gaan betogen aan het andere eind van de wereld, en hadden ze daar veel vernielingen aangericht. Begrijpe wie begrijpe kan zei de wijze kameelhoeder! Een vriendelijke man die kameelhoeder, hij bood me een kameel aan voor maar vijftig zloty’s. Het zou niet lang meer duren voor ik aan zou komen bij de paarse ivoren toren van Koning Petroleus.
Daar was hij dan, als een ster aan de horizon kwam hij tevoorschijn. Hij zag er uit als een machinaal geraadbraakte pastorijmast, maar dan met een paarse schijn. Indrukwekken zicht, die ivoren toren. Daar kan de gemiddelde schoenmaker nog wat van leren.
Statig en trots mompelde de ivoren toren tot zichzelf: “Wat komt daar nu aangekameelt?”. Groot was zijn verbazing toen hij zag dat het een westerling was. “Hoe is die hier geraakt?” vroeg hij zich af. Van het ene moment op het andere begon het volk van Koning Petroleus zichzelf op te blazen. “Zeker een goocheltruc?” dacht ik bij mezelf. Maar al dat vuurwerk kon me niet afleiden. Met men doel voor ogen liep ik de ivoren toren binnen. Dat had misschien beter niet gedaan, dan had ik wel gezien dat de deur nog dicht was. Tweede keer, goed keer dacht ik zo, en met men rood met witte gestipte neus opende ik de deur.
Groot was men verbazing toen ik zag dat iemand me stond op te wachten. Het was Sjors Bos, het marionnetje van Koning Petroleus. Na hevig getouwtrek deed Sjors teken dat ik de trap op mocht. Boven aangekomen stoof ik meteen richting Koning Petroleus. “Oh grote wijze Koning!” begon ik men betoog. Ik vertelde hem over men langer reis, over hoe ik de stervende man ontmoet had en dat er iets tussen zijn tanden zat.
“Ik ben onder de indruk!” zei de Koning. “Je bent helemaal tot hier gekomen om raad te vragen aan mij” merkte hij terecht op. Even staarde hij totaal apatisch voor zich uit, maar plots slaakte hij een kreet “Hwaaaaaaahhh!!! Excuseer mij, ik was even aan het dagdromen.” “Ik ga even overleggen met men adviseurs, je mag ondertussen men duizend en één maagden bezighouden.”
Enige tijd later keerde Koning Petroleus weer. “Ik heb de oplossing voor al je problemen!!” verklaarde hij extatisch. “Laten we een klein landje in het verre westen splitsen!!” stelde hij voor. Zo een geniaal idee had ik nog nooit gehoord! Zo gezegd, zo gedaan. Na het splitsen van het landje was er geen honger, oorlog of pijn meer in de wereld. Dit allemaal dankzij Koning Petroleus (en een klein beetje dankzij mij).

Reageer